Bert Hellinger: "Het midden voelt licht aan". Deel 3:Verhalen die je te denken geven.

Hoe zijn familieopstellingen ontstaan? 

Vinden we antwoorden in oudere boeken van Bert Hellinger?

Dit boek van Hellinger stamt uit 1996

Het gaat over het systemische midden en heeft als titel: ‘Het midden voelt licht aan’. 

 

Familieopstellingen zijn een bijzonder fenomeen.

Het wezen van een familieopstelling is wezenlijk anders dan het westerse goed of fout.

In essentie komt het erop neer, dat het de kunst is alle facetten in je hart te sluiten.

Dat hoeft niet te betekenen dat je het met alles eens bent.

Je kunt het zien, erkennen en een plek in je hart geven.

Als je dat wat toch al bestaat niet erkent, kan dat schadelijke gevolgen hebben voor een succesvol leven, voor je relaties en je gezondheid.

 

Dit is één van Bert Hellingers eerste boeken.

Daarmee reis ik terug naar de roots van opstellingen.

Als je dit boek leest, ontdek je dat dit boek de kraamkamer is van al zijn volgende boeken.

 

Ik vertaal zo’n 7 – 10 pagina’s per week.

Dit is deel 3: Verhalen die je te denken geven.

Verhalen kunnen vertellen, wat anders niet uitgesproken kan worden. Want ze verhullen tegelijkertijd dat wat ze laten zien en hun waarheid wordt getoond als het gesluierde gezicht van een vrouw.

Het luisteen naar deze verhalen is als het betreden van een kathedraal. Je ziet een venster oplichten, omdat je je in het donker bevindt. In het volle licht bezien resteert er van deze beelden slechts het raamkozijn.

 

De ontgoocheling

Een oude koning kwam te overlijden en omdat hij zich nog zorgen maakte over de toekomst van zijn rijk, riep hij zijn trouwste dienaar Johannes bij zich en wijdde hem in een geheim in. Hij verzocht hem: “Neem mijn zoon aan tot de jouwe, want hij is nog zo onervaren en dien hem net zo trouw als mij”.

De trouwe Johannes vind zichzelf nu belangrijk -hij was immers slechts een dienaar- en zonder iets ergs te vermoeden hief hij zijn hand en zwoer: “Ik zal uw geheim bewaken en net zo trouw aan uw zoon zijn als aan u, ook al kost het mijn leven”.

Toen stierf de koning en toen men om hem gerouwd had leidde de trouwe Johannes de jonge koning door het kasteel, opende alle ruimten en toonde hem alle schatten van het koninkrijk. Maar aan één deur hij ging voorbij.

Toen de koning -ongeduldig- ook deze deur geopend wilde hebben, waarschuwde de trouwe Johannes hem, dat zijn vader hem dat verboden had. Maar toen de koning koppig dreigde om de deur met geweld open te breken bezweek de trouwe Johannes. Hij opende de deur, maar liep snel naar binnen en ging voor een bepaalde foto staan, zodat de koning dit niet zou zien. Toen de koning hem terzijde schoof, zag hij de foto en voel flauw. Het was namelijk een foto van de koningsdochter van de Gouden Draak.

Toen hij bijkwam, was hij nog steeds buiten zichzelf, want hij dacht slechts aan één ding: hoe deze vrouw voor zich te winnen. Maar om publiekelijk voor haar halt te houden leek hem te gewaagd, want haar vader had tot nu toe elke kandidaat afgewezen. En zo kwam het, dat de trouwe Johannes en hij een list verzonnen.

Omdat -zoals verkondigd- het hart van de koningsdochter van het Gouden Dak gehecht is aan alles wat van goud is, namen ze van de koninklijke schatten alle gouden sierraden en het gouden servies mee, verscheepten dit en voeren ermee tot aan de stad waar de koningsdochter woonde. Daar nam de trouwe Johannes één van de gouden voorwerpen en bood het stiekem voor het slot te koop aan.

Toen de koningsdochter daarvan hoorde, kwam ze om alles te aanschouwen en toen de trouwe Johannes haar vertelde dat er nog veel op het schip van hadden, haalde hij haar over om mee naar het schip te gaan. Daar werd ze ontvangen door de als koopman verklede koning en hij vond haar nog veel knapper, dan toen hij haar op de foto zag. Hij nam haar mee naar het vooronder en toonde haar de gouden schatten.

Ondertussen werd het anker gelicht en werden de zeilen gehesen en voer het schip weer naar zee. De koningsdochter merkte dat en raakte verward. Maar toen begreep ze wat er aan de hand was en hoe het tegemoet kwam aan wensen die ze zelf in het geheim koesterde. Ze besloot mee te spelen.

Toen ze alles aanschouwd had, keek ze naar buiten, zag dat het schip ver van de vaste wal was en leek geschrokken. Maar de koning nam haar hand en zei: “je hoeft niet bang te zijn! Ik ben geen koopman, ik ben een koning en ik heb je zo lief, dat ik je vraag om mijn vrouw te worden”. Zij keek hem aan, vond hem vriendelijk, keek naar het goud en zei ja.

De trouwe Johannes stond aan het roer en terwijl hij tevreden een liedje stond te fluiten omdat zijn list zo goed gelukt was, kwamen er drie raven aangevlogen, gingen op de mast zitten en begonnen met elkaar te praten.

De eerste raaf zei: “De koning heeft de koningsdochter bij lange na niet. Want, als ze aan land komen zal hem een een vurig rood ros tegemoet springen, hij zal zich erop zwieren om ermee naar het kasteel te rijden. Maar het paard schiet er met hem vandoor om nooit meer gezien te worden. De tweede raaf zei: “Tenzij iemand hem tegemoetkomt, op het paard zwiert, het geweer pakt dat in de houder steekt en het daarmee doodschiet”. En de derde raaf zei: “Maar als iemand dit weet en verraadt, verandert hij in steen, van kop tot teen”.

De tweede raaf zei: “Ook als het eerste goed gaat, zal de koning de koningsdochter niet hebben. Want als hij in zin kasteel arriveert, hangt er een feestelijk gewaad en hij zal er naar toe gaan om het aan te trekken. Maar het zal hem tot op het bot verbranden als pek en zwavel. De derde raaf zei: “Tenzij iemand hem tegemoet treedt, het met handschoenen opraapt en in het vuur gooit”. En de derde raaf zei: “Maar als iemand het weet en verraadt, verandert hij in steen, vanaf de knie tot aan het hart”.

De derde raaf zei: “Ook als het tweede goed gaat, zal de koning haar nog niet hebben. Doch wanneer de huwelijksdans begint, zal de koningin zal bleek worden en als dood op de grond zakken. Maar als niet meteen iemand naar haar toe gaat en haar lijfje opent, haar rechter borst eruit haalt, drie bloeddruppels uit haar borst zuigt en weer uitspuugt, zal zij sterven. En de tweede raaf zei: “Maar als iemand dit weet en verraadt, verandert hij in steen, vanaf het hart tot aan de schedel”.

Nu besefte Johannes, dat het menens wordt. Maar trouw aan zijn eed als hij eenmaal is, nam hij zich voor alles te doen om de koning en de koningin te redden, ook al zou het hem zijn leven kosten.

Toen ze aan land kwamen, geschiedde het precies zo, als de raven het voorspeld hadden. Een vurig rood ros sprong tevoorschijn e nog voordat de koning erop kon zwieren, sprong de trouwe Johannes erop, pakte het geweer en schoot het dood. De andere gedienden zeiden tegen elkaar: “Wat slooft hij zich uit! Net nu de koning op een mooi ros in het kasteel wilde rijden, schiet hij het gewoon dood. Men kan hem dit niet door de vingers zien!” Maar de koning zei: “Hij is mijn trouwe Johannes. Wie weet, waarvoor het goed was”.

Toen ze het kasteel betraden, lag daar het feestelijke gewaad en nog voordat de koning er heen kon gaan om het aan te trekken, pakte de trouwe Johannes het op en wierp het in het vuur. De andere dienaars zeiden: “Wat slooft hij zich uit! Juist toen de koning het mooie gewaad wilde aantrekken, gooit hij het voor zijn ogen in het vuur. Dat zou men hem niet door de vingers mogen zien!” Maar de koning zei:”Hij is mijn trouwe Johannes. Wie weet, waarvoor het goed was”.

Toen werd de bruiloft gevierd en toen de bruiloftsdans begon werd de koningin bleek en zakte als dood op de grond. De trouwe Johannes stond onmiddellijk aan haar zijde en nog voordat de koning iets durfde te doen, want hij was immers onervaren, opende de trouwe Johannes het lijfje, nam haar rechter borst eruit, zoog drie bloeddruppels uit haar rechterborst en spuugde deze weer uit. Op dat moment opende zij haar ogen en was ze weer gezond.

Toen schaamde de koning zich en toen hij zijn dienaars kwaad hoorde spreken dat dit toch echt te ver zou gaan. Als hij de trouwe John daarmee zou laten wegkomen, zou hij zijn reputatie hebben vergokt. Hij riep de rechtbank bijeen en veroordeelde de trouwe John ter dood aan de galg.

De trouwe Johannes overlegde of hij dat wat de raven hem toevertrouwde zou verraden, want hij dacht: “Sterven moet ik toch. Als ik niets verraad, sterf ik aan de galg en als ik het verraad, verander ik in steen”. Toen besloot hij het te verraden, want hij zei tegen zichzelf: “misschien zal de waarheid me bevrijden”.

Toen hij voor de beul stond en net zoals andere verbrekers nog een paar woorden mocht zeggen, vertelde hij het hele volk, waarom hij dat wat zo erg leek gedaan had. Toen hij klaar was, veranderde hij in steen en stierf.

Het gehele volk schreeuwde het uit van pijn en de koning en koningin trokken zich terug op hun kasteel in hun vertrekken. Daar keek de koningin de koning aan en zei: “Ik heb de raven ook gehoord en niets gezegd uit angst in steen te veranderen”. De koning fluisterde haar in het oor: “Ook ik heb het gehoord”.

Maar dit is nog niet het einde van het verhaal, want de koning durfde de tot steen geworden Johannes niet te begraven en zo stelde hij hem als standbeeld op voor zijn kasteel. Toen hij hem passeerde, zuchtte hij en zei: “Ach mijn trouwe Johannes, wat jammer!” Maar weldra kwamen er andere gedachten in zijn hoofd, want de koningin werd zwanger en na een jaar baarde zij hem een tweeling: twee lieve jongens.

Toen de twee knapen drie jaar oud waren, liet het de koning nog niet met rust en zei hij tegen zijn vrouw: “We moeten iets doen om de trouwe Johannes weer tot leven te wekken en het zal ons ook lukken als wij dat opofferen dat ons het liefste is” Toen schrok de koningin en zei: “Dat wat ons het liefste is, zijn toch onze kinderen!” “Ja” zei de koning.

De volgende morgen pakte hij een zwaard, hakte zijn zonen het hoofd af en en goot het bloed over de in steen veranderde trouwe Johannes in de hoop, dat hij weer tot leven zou komen. Maar hij bleef als versteend.

De koningin schreeuwde het uit en riep: “Dit is het einde!” Ze trok zich terug in haar vertrekken, pakte haar spullen en na drie dagen heed ze weer terug naar haar land. de koning echter ging naar het graf van zijn moeder en weende daar lange tijd.